Home

Standaardspecificatie voor verwarmingsmaterialen

 
De verwarming in een stoomverwarmingssysteem moet zo flexibel mogelijk zijn zodat het geheel gemakkelijk te installeren is en overeenkomt met de vorm en indeling van de procesleidingen en -apparatuur die verwarmd moeten worden. Het moet werken als een lekvrije drager van het verwarmingsmedium. Het wordt aanbevolen om voor verwarming (tracing) waar mogelijk semi-rigide tubing te gebruiken in plaats van rigide leidingen omdat zo aanzienlijk minder druk wordt uitgeoefend als gevolg van differentiële expansie tussen het verwarmingselement en de procesleiding of -apparatuur. Hierdoor kan de verwarming dichter tegen het oppervlak van de verwarmde leiding of apparatuur gehouden worden, met als resultaat een betere verwarmingsoverdracht. Daarbij kunnen tubingsystemen geïnstalleerd worden in de helft van de tijd die nodig is voor een leidingsysteem waarbij lange rollen gebruikt worden, want hierbij hoeven niet de vele naden worden gelast die nodig zijn voor het maken van een verwarmingsinstallatie van rigide koolstofstalen leidingen voor een complex procesleidingsysteem. Een verwarmingssysteem met semi-rigide buizen vereist een minimaal aantal naden, die gemaakt kunnen worden met behulp van klemkoppelingen.

Stoomverwarming wordt gekozen om te voldoen aan de termische en installatievereisten. Deze vereisten worden bepaald door het materiaal van de procesleiding, de temperatuur van de procesleiding en van de verwarming, de druk van het verwarmingsmedium en ook door de omgeving waarin de verwarming toegepast wordt. De verwarming zal bestaan uit een metaal met een potentiaal dat dichtbij dat van de procesleiding ligt om galvanische corrosie te minimaliseren. Aanbevelingen zijn als volgt: a) Tubingverwarming moet gemaakt zijn van zacht, uitgegloeid koper (122) en voldoen aan de ASTM-normen B68, B75, B88, B251 en B280. Minimum wanddikte als volgt:

3/8" buitendiameter (OD) x 0,032" wanddikte (10 mm buitendiameter (OD) x 1 mm wanddikte)
1/2" buitendiameter (OD) x 0,035" wanddikte (12 mm buitendiameter (OD) x 1 mm wanddikte)
3/4" buitendiameter (OD) x 0,049" wanddikte (20 mm buitendiameter (OD) x 1,2 mm wanddikte)

b) Er wordt gebruikgemaakt van koperen tubing als de verzadigde stoomdruk van het item dat verwarmd wordt niet meer is als 204C (400F) en er geen sprake is van corrosie of een andere omstandigheid die niet gunstig is voor koper.

c) Bij verwarming met roestvrij stalen tubing wordt gebruikgemaakt van staal van het type 316, naadloos koudgetrokken en geheel uitgegloeid, met een maximale
Rockwell-hardheid van RB90 en moet voldoen aan de ASTM-normen A269, A213, A249 en A450. Minimum wanddikte als volgt:

3/8" buitendiameter (OD) x 0,032" wanddikte (10 mm buitendiameter (OD) x 1 mm wanddikte)
1/2" buitendiameter (OD) x 0,035" wanddikte (12 mm buitendiameter (OD) x 1 mm wanddikte)
3/4" buitendiameter (OD) x 0,049" wanddikte (20 mm buitendiameter (OD) x 1,2 mm wanddikte)

d) Er wordt gebruikgemaakt van roesvrij stalen tubing als de verzadigde stoomdruk van het item dat verwarmd wordt meer is als 204C (400F) en er geen sprake is van corrosie of een andere omstandigheid die niet gunstig is voor het gebruik van roestvrij staal.

e) Het gebruik van koolstofstalen cilindrische verwarming wordt niet aanbevolen voor stoomverwarmingscircuits. Tijdens perioden waarin de apparatuur niet werkt, veroorzaakt een combinatie van lucht en vochtigheid op of in de verarming snel roest.

f) Aangezien de verwarmde buis een primair element is van het stoomverwarmingssysteem, wordt de tubing voor gebruik grondig geïnspecteerd om ervoor te zorgen dat deze overeenkomt met de specificatie, de correcte diameter en dikte heeft en niet vervormd is.

Het drukontwerp en de temperatuurwaarden zijn uiterst belangrijk bij een verwarmingssysteem. De ANSI/ASME-code B31,3 behandelt deze eisen voor procesleidingen door middel van de hierin genoemde ASTM-normen waaraan overeenkomstig de code moet worden voldaan.

De onderstaande tabel geeft informatie over de maximaal toelaatbare drukwaarde (psi) voor een typische installatie met tubingverwarming gebruikt bij temperaturen tot 204C (400F). Verwarming met roestvrij stalen tubing kan gebruikt worden bij temperaturen die veel hoger zijn dan de temperaturen die in de tabel worden getoond.

• Berekeningen gebaseerd op de ANSI/ASME-code B31,3
• Hierbij is geen rekening gehouden met corrosie of erosie
• Berekeningen gebaseerd op minimale wanddikte en maximale buitendiameter (OD) toegestaan onder de ASTM A269-normen voor roestvrij stalen tubing
• Berekeningen gebaseerd op minimale wanddikte en maximale buitendiameter (OD) toegestaan onder de ASTM B75 -normen voor koper


download de pdf-versie