ThermonPrimaryLogo_2017.svg

Deze website gebruikt cookies. Door verder te gaan op de website stemt u in met het gebruik van cookies. Ok

Probleemoplossing en onderhoud

De volgende informatie is bedoeld als hulp bij het oplossen van problemen met elektrische verwarmingssystemen. Het hoofddoel is om een beter idee te geven van de elementen die nodig zijn voor een succesvolle verwarmingsinstallatie. Een van de meest belangrijke elementen is de thermische isolatie.

Voer voordat u de verwarmingsleverancier belt eerst een visuele inspectie van de installatie uit. Misschien is de thermische isolatie nat, beschadigd, of eenvoudigweg niet aanwezig. Overweeg ook de mogelijkheid dat reparatie of onderhoud van in-line of zich in de nabijheid bevindende apparatuur geresulteerd geresulteerd kan hebben in schade aan de verwarmingsapparatuur. Dit zijn veelvoorkomende oorzaken van verwarmingsproblemen die vaak over het hoofd worden gezien. Andere mogelijke oorzaken zijn hieronder op rij gezet, samen met hun symptomen en oplossingen.

Als vermoed wordt dat een elektrisch verwarmingscircuit beschadigd is, moet er een diëlektrische isolatieweerstandtest (meggertest) worden uitgevoerd met behulp van een megger van 2500 Vdc voor polymeer geïsoleerde verwarmingskabels, of 1000 Vdc voor M.I.-kabels. Met periodieke testen en accurate informatiebestanden wordt een 'normaal' werkingsbereik vastgesteld (zie het Inspectierapportformulier op pagina 3). Metingen van diëlektrische isolatieweerstand die van het normale bereik afwijken kunnen zo op een snelle manier aanduiden dat een kring beschadigd is.

Maak een keuze uit de symptomen hieronder:

SymptoomMogelijke oorzaakOplossing
I. Geen warmte/geen stroom A. Stroomverlies (spanning) A. Herstel de stroom naar het verwarmingscircuit (controleer de circuitschakelaar en elektrische verbindingen). Slecht gemaakte eindafwerkingen kunnen ervoor zorgen dat stroomonderbrekers van het type EPD (Equipment Protection Device) onverwacht activeren.
  B. Setpoint regelaar te laag B. Stel setpoint bij
  C. Beveiligingsschakelaar hoge temperatuurlimiet geactiveerd C. Een handmatige reset kan nodig zijn om het verwarmingscircuit weer in te schakelen
  D. Verwarmingcircuit met 'open' series D. Repareer of vervang circuit 1
  E. Regelaarfout E. Repareer sensor of regelaar 2
II. Lage systeemtemperatuur A. Setpoint regelaar te laag A. Stel setpoint bij
  B. De temperatuursensor bevindt zich te dicht bij de verwarmingskabel of een andere warmtebron; dit kan gepaard gaan met het extreem vaak moeten vervangen van relais/contacten B. Verplaats de sensor
  C. Isolatiemateriaal en/of -dikte wijkt af van het ontwerp C. Vervang de isolatie; vergroot de isolatiedikte (indien droog); overweeg om de spanning te verhogen voor een hoger uitgaand vermogen van de kabel 3
  D. Omgevingstemperatuur lager dan voor het ontwerp D. Installeer een verwarmingskabel met een hoger uitgaand vermogen ; verhoog de isolatiedikte; verhoog de spanning 3
  E. Lage spanning (controleer de voedingsaansluiting) E. Stem de spanning af op de ontwerpeisen 3
III. Lage temperatuur in secties A. Natte, beschadigde of ontbrekende isolatie A. Repareer of vervang de isolatie en mantel
  B. Parallelle verwarmingskabel; open element of beschadigde matrix B. Repareer of vervang; verbindingssets zijn beschikbaar bij de kabelfabrikant
  C. Koellichamen (kleppen, pompen, leidingdragers etc.) C. Isoleer de koellichamen of verhoog de hoeveelheid verwarming op de koellichamen
  D. Significante hoogteverschillen over de lengte van de verwarmde leiding D. Overweeg om het verwarmingscircuit op te delen in aparte, individueel beheerde segmenten
IV. Hoge systeemtemperatuur A. Regelaar is continue 'aan' A. Stel het setpoint bij of vervang de sensor 2
  B. Regelaar werkte niet met contacten gesloten B. Vervang sensor of regelaar 2
  C. Sensor bevindt zich op een niet-geïsoleerde leiding of te dicht bij een koellichaam C. Verplaats de sensor naar een plek die representatief is voor de omstandigheden langs de gehele lengte van de leiding.
  D. Backup-regelaar van het verwarmingscircuit is continu 'aan' D. Stel setpoint bij of vervang backup-regelaar
V. Extreem hoge vervangfrequentie A. De temperatuursensor bevindt zich te dicht bij de verwarmingskabel of een andere warmtebron; dit kan gepaard gaan met een lage systeemtemperatuur A. Verplaats de sensor
  B. Omgevingstemperatuur dicht bij setpoint van de regelaar B. Wijzig het setpoint van de regelaar
  C. De spanning is te hoog C. Verlaag de spanning
  D. Het uitgaand vermogen van de verwarmingskabel is te hoog (hoger dan ontwerp) D. Installeer een verwarmingskabel met een lager uitgaand vermogen of verlaag de spanning
  E. De differentieel van de regelaar is te klein E. Vergroot de differentieel of vervang de regelaar om voortijdig falen van de contacten te voorkomen
VI. Temperatuurvariaties ten opzichte van setpoint langs de leiding A. Onverwachte stroompatronen of bedrijfstemperaturen A. Deel de verwarmingscircuits opnieuw in om ze af te stemmen op de bestaande stroompatronen, bevestig de procesomstandigheden
  B. Inconsistente kabelinstallatie over de lengte van de leiding B. Controleer de voor de kabelinstallatie gebruikte methode, vooral bij koellichamen
  C. Inconsistente kabelprestaties C. Vergelijk de berekende watt/voet [(volt x ampère) ÷ lengte] voor de gemeten leidingtemperatuur met het uitgaand vermogen van de kabel volgens het ontwerp voor dezelfde temperatuur; plaatselijke schade aan een parallelle kabel kan gedeeltelijke storing veroorzaken

Opmerkingen ...

1. Flexibele verwarmingskabels met plastic mantel kunnen op locatie verbonden worden; M.I.-kabels moeten meestal vervangen worden.

2. Mechanische thermostaatsensors kunnen niet gerepareerd of vervangen worden; Weerstandstemperatuur- of thermokoppelsensors kunnen vervangen worden. Sommige regelaars hebben vervangbare contacten/relais of kunnen een handmatige reset vereisen als er in het verwarmingscircuit een "onderbreking-uit"-omstandigheid is gedetecteerd.

3. De werking van de meeste elektrische verwarmingskabels wordt enorm beïnvloed door veranderingen in de voedingsspanning. Neem voordat u wijzigingen aanbrengt contact op met de kabelfabrikant met informatie over de beschikbare spanningssoorten. Anders kan dit in sommige gevallen een kabeldefect en/of elektrische veiligheidsrisico's tot gevolg hebben.